Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzend in Zijn oogst. Mattheus 9 : 38.
Het geheim van het zending vraagstuk heeft God in de hand, en dat geheim is gebed, en niet werk, d.w.z. geen werk zoals men gewoonlijk onder dat woord verstaat, omdat dit kan betekenen een ontlopen aan het zich op God concentreren. De sleutel tot oplossing van het zendingsprobleem ligt niet in het gezond verstand, nog in de medische zending , noch in beschaving of opvoeding, ja , zelfs niet in evangeliseren. De sleutel is het gebed. “ Bidt daarom de Heer van de oogst”.
Natuurlijk bezien is het gebed geen praktische methode, maar een dwaasheid; wij moeten ons goed realiseren dat het gebed dwaasheid is als men de zaak vanuit het gezond verstand beziet. Zoals Jezus Christus de dingen beziet , is er geen sprake van naties , maar van de wereld. Hoeveel van ons bidden zonder aanzien des persoons , alleen met aanzien van een persoon, Jezus Christus? Hem behoort de oogst toe die door verslagenheid en zondebewustzijn gerijpt wordt, en voor deze oogst moeten wij bidden dat arbeiders uitgezonden worden om hem binnen te halen. Wij worden in beslag genomen door allerlei activiteit, terwijl rondom ons mensen rijp zijn voor de oogst; en wij halen geen van alleen binnen, maar verdoen de tijd van onze Heer met overdreven activiteit. Stel U eens voor dat de crisis zou komen in het leven van uw vader, in dat van uw broeder : zijt gij er dan als arbeider om de oogst voor Jezus Christus binnen te halen? Ik heb eigenlijk iets heel speciaals te doen! Geen enkel christen heeft iets speciaals te doen. Een christen is geroepen om Jezus Christus toe te behoren, en mag niet boven zijn Meester staan; men schrijft Jezus niet voor wat Hij van plan is te doen. Onze Heer roept niet op tot een speciaal werk; Hij roept op tot Hem zelf. “ Bidt daarom de Heer van de oogst” en Hij zal de omstandigheden leiden en u uitzenden.


Wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader. Johannes 14 : 12.
Bidden maakt niet dat wij in staat zijn tot grotere werken : bidden is het grotere werk. Wij denken dat bidden een logische oefening is van onze hogere functies om ons op God werk voor te bereiden. In de prediking van Jezus Christus is bidden de werking van het wonder der verlossing in mij, waardoor het wonder der verlossing in anderen door de kracht van God teweeg wordt gebracht. Deze vruchten kunnen slechts door gebed bewaard blijven, maar bedenk dan wel dat dit gebed is gebaseerd op de zielsangst der verlossing, niet op mijn eigen zielsangst. Alleen een kind krijgt verhoring op zijn gebed, een wijs mens niet.
Gebed is strijd; waar ge zijt komt er niet op aan . Hoe God de omstandigheden ook leidt, ge blijft geroepen te bidden .Laat nooit de gedachte opkomen dat er weinig van u uitgaat waar ge zijt, want er kan zeker niets van u uitgaan waar ge niet zijt. Bid, in welke omstandigheden God u ook geplaatst heeft, roep Hem aldoor aan “ en wat gij begeren zult in Mijn naam, dat zal Ik doen”( vers 13). Wij willen slechts bidden als wij er emoties door beleven; dit is de ergste vorm van geestelijk egoïsme. Wij moeten voort ploeteren zoals Gods leiding ons aangeeft, en Hij zegt “ Bidt”: “Bidt dan de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzend in Zijn oogst” ( Mattheus 9 : 38).
Er is niet emotioneels in het werk van een gewone arbeider, maar het is de gewone arbeider die de ideeën van het genie mogelijk maakt; en het is de gewone arbeider in het Koninkrijk Gods die de ideeën van zijn meester mogelijk maakt. Uw arbeid bestaat uit bidden, en van Gods standpunt uit gezien zijn er de gehele tijd resultaten. Wat zult ge u verbazen als de sluier opgelicht wordt en ge de zielen zult zien die door u geoogst werden, eenvoudig omdat ge gewoon waart uw opdrachten van Jezus Christus te ontvangen.


Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld Johannes 18 : 36
De grootste vijand van de Heer Jezus Christus is in onze dagen de opvatting omtrent praktisch werk die niet berust op het Nieuwe Testament, maar op de methoden van de wereld, waarbij men er vooral de nadruk op legt dat men een geweldige activiteit ontplooit, maar niet op een persoonlijk leven met God. De nadruk wordt op een verkeerd punt gelegd. Jezus zei : “ Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat… ,want zie, het Koninkrijk Gods is bij u” (Lucas 17 : 20-21), een verborgen, geheimzinnige zaak. Een actief arbeider in het Koninkrijk Gods leeft veel te dikwijls in een glazen huisje. Maar de levende kracht Gods ontspringt in het binnenste van het binnenste.
Wij moeten loskomen van de ellendige religieuze geest van onze tijd.
In het leven van onze Heiland was geen spoor van die geweldige activiteit , met alle gejacht en gedrang waar wij zo hoog tegen opzien, en de discipel moet zijn als de Meester. Het centrale punt in het Koninkrijk van Jezus Christus is een persoonlijke band met Hem, niet openbare nuttigheid voor de mensheid.
De kracht van deze Bijbelstudieschool ligt niet in praktische arbeid, haar kracht ligt in het feit dat ge hier voor God in de week wordt gelegd. Ge hebt er geen idee van waarheen God uw omstandigheden zal leiden, gij weet er niets van onder welke druk Hij u hier of overzee zal zetten, en als ge uw tijd verdoet in overdreven bedrijvigheden in plaats van de grote fundamentele waarheden van Gods verlossing in u te laten doorwerken, dan zult ge afknappen zodra de druk komt; maar als deze tijd van met God doordrenkt te worden gebruikt wordt om – met stil zijn – geworteld en gegrond te worden, dan zult ge Hem getrouw blijven in wat er ook gebeurt.


Medewerker Gods in het evangelie van Christus. 1 Thessalonicenzen 3:2
Na uw heiliging is het moeilijk voor u om te bepalen wat uw doel in het leven is, omdat God u door de Heilige Geest in Zijn plan opgenomen heeft. Hij gebruikt u nu voor Zijn doeleinden over de hele wereld, zoals Hij Zijn Zoon gebruikt heeft voor het doel van onze verlossing. Indien gij grote dingen voor u zelf zoekt : “God heeft mij geroepen tot dit of tot dat ,”dan belet ge hiermee dat God u zou kunnen gebruiken. Zolang ge nog uw belangstelling richt op uw eigen karakter, of op iets waar ge uw eerzucht op gezet hebt, kunt ge niet komen tot vereenzelviging met Gods belangen. Ge kunt er alleen maar komen door voor altijd iedere dunk van u zelf op te geven en door toe te laten dat God u rechtstreeks in Zijn plan voor de wereld opneemt , en omdat uw gangen wegen des Heren zijn, kunt ge ze nooit begrijpen.
Ik moet leren dat mijn levensdoel Gods doel is en niet het mijne.
God gebruikt mij van uit Zijn alomvattend persoonlijk standpunt, en alles wat Hij van mij vraagt, is dat ik Hem vertrouw, en dat ik nooit zal zeggen: “Heer, dit geeft mij zoveel hartzeer.” Als ik zo spreek, word ik een blok aan het been. Pas wanneer ik ophoud met God te vertellen wat ik wil, kan Hij mij ongehinderd gebruiken voor hetgeen Hij wil. Hij kan mij klein maken of mij verhogen.
Hij kan alles met mij doen wat Hij verkiest. Hij vraagt mij alleen maar dat ik in Hem en in Zijn goedheid onvoorwaardelijk geloof. Zelfbeklag is uit de duivel: als ik die richting uitga, kan ik door God niet gebruikt worden in Zijn plan met de wereld .Dan leef ik in “ een wereldje in de wereld” en God zal nooit in staat zijn mij eruit te halen, omdat ik bang ben in de kou te komen staan.


Onze aandoeningen zijn bemodderd
Bij ons is zoveel modder en droesem op de bodem en aan de wanden van onze aandoeningen, dat, wanneer onze toorn, droefheid, treurigheid of vrees in werking komt, onze fontein zonde opwerpt. Wij kunnen niet liefhebben, of wij begeren; niet vrezen, of wij wanhopen; ons niet verheugen, of wij zijn wulps, ijdel en pronkziek; niet geloven, of wij zijn vermetel. Wij ademen zonde uit; wij geven een reuk van de hel van ons af, wanneer de wind over ons veld van onkruid en distelen gaat. Onze ziel brengt slechts wild graan voort; het gedichtsel van de gedachten van onze harten is alleen boos van onze jeugd af. O, dat het Christus beliefde, enige van Zijn bloemen in onze ziel te planten en de grond te zegenen, opdat zij daar voorspoedig mochten groeien, verwarmd en gevoed door zijn. Wanneer van binnen genade is, openbaart zij zich onder zware verdrukkingen naar buiten. Een heilige is een heilige, ook in verdrukking, evenals een huichelaar een huichelaar, en een ieder zichzelf is; en wanneer hij in de smeltkroes is, geeft hij een geur van zich af, zoals hij is. De ontroerde Christus bidt; de verzochte Job gelooft; (Job 19:25 ) de gegeselde apostelen zijn verblijd;

Toewijding van Geestelijke Kracht ,,door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld,, Galaten 6:14
Als ik diep nadenk over het Kruis van Christus, dan word ik geen subjectieve piëtist die alleen maar belangstelling heeft voor zijn eigen vlekkeloosheid; ik word dan hoofdzakelijk geconcentreerd op alles wat Jezus Christus betreft. Onze Heer was geen kluizenaar en geen asceet. Hij trok zich niet terug uit de samenleving, maar innerlijk stond Hij er steeds los van. Hij hield zich niet afzijdig, maar Hij leefde in een andere wereld. Hij leefde zozeer mee met de wereld van alle dag, dat de vrome mensen van zijn tijd Hem een vraat en een wijnzuiper noemden. Onze Heer liet nooit toe dat iets een belemmering vormde voor de volledige toewijding van zijn geestelijke energie aan God.
De namaak van toewijding is het welbewust opgeven van allerlei zaken met de bedoeling om geestelijke kracht voor later te reserveren, maar dat is een hopeloze vergissing. Gods Geest heeft de zonden van velen aangetast, en toch is er geen bevrijding, geen volheid in hun leven. Die soort religiositeit die wij tegenwoordig om ons heen zien, is totaal verschillend van de gezonde heiligheid van het leven van jezus Christus. ”Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze” ( Joh. 17: 15).
Wij moeten in de wereld zijn, maar niet van de wereld; wij moeten er niet uiterlijk, maar principieel los van staan.
Wij moeten nooit toelaten dat iets de toewijding van onze geestelijke energie aan God zou verstoren. Toewijding is ons aandeel, heiligmaking is Gods aandeel; en wij moeten weloverwogen het besluit nemen slechts in die dingen belang te stellen waar God belang in stelt. De manier om verwarrende problemen op te lossen is dat wij ons afvragen: “ Is dit in het belang van Jezus Christus of is dit in het belang van de geest die Jezus “ tegenvoeter is? “


De Gave aan de Berooide ,,,En worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade.Romeinen 3 : 24.
Het evangelie van de genade Gods wekt een intens verlangen in de menselijke ziel, maar ook een even intense afkeer, omdat de openbaring die het brengt, niet naar onze smaak is. Er is een zekere hoogmoed in de mens die steeds maar wil blijven geven; maar het is heel iets anders om je hand op te houden en te ontvangen. Ik wil mijn leven geven als martelaar, ik wil mijzelf geven met algemene toewijding, ik wil alles ter wereld doen, maar verneder mij niet tot het peil van een zondaar die dubbel en dwars de hel verdiend heeft en kom mij niet vertellen dat alles wat ik te doen heb is : de gave der verlossing door Jezus Christus aan te nemen.
Wij dienen goed te beseffen dat wij van God niets kunnen verdienen of winnen; wij moeten het of als een gift aanvaarden of het er zonder stellen. De grootste geestelijke zegen is het weten dat wij van alles berooid zijn; zolang we daar niet toekomen, staat onze Heer machteloos. Hij kan niets voor ons doen wanneer wij menen dat wij aan ons zelf genoeg hebben; wij moeten zijn Koninkrijk ingaan door het deurtje der ellende. Zolang wij nog rijk zijn, nog bezeten door dingen als hoogmoed of onafhankelijkheid, kan God niets voor ons doen. Alleen maar als wij geestelijk hongerig worden, ontvangen wij de Heilige Geest. Het deel hebben aan de goddelijke natuur ( 2 Petrus 1 : 4 ) toont zijn werking in ons door de Heilige Geest. Hij schenkt ons het vernieuwende leven van Jezus, waardoor het eeuwige binnenin ons komt wonen, en nauwelijks is dat geschied, of het stijgt op naar de dingen die boven zijn en worden wij opgenomen in het gebied waar Jezus woont ( Johannes 3 : 5 ).


Wolf in schaapskleding of toch echt !!
Het belangrijkste oogmerk en werk van een predikant of voorganger bestaat uit het redden van zielen. Ik stel vast als een zeker feit dat hij niet een rechtgeaarde voorganger is wanneer hij dat niet voelt. Praat me niet over de inzegening van de man. Alles kan volgens de regels verlopen. Men kan hem houden voor een eerbiedwaardig man. Maar als het redden van zielen niet zijn overheersende passie is en zijn telkens terugkerende gedachte, dan is hij geen ware verkondiger van het evangelie. Hij is dan een huurling en geen herder. Gemeenten mogen hem beroepen hebben, maar hij is niet geroepen door de Heilige Geest.
Is het zijn voornaamste doel een dienst te leiden of een aantal preken te houden? Is het louter en alleen de sacramenten toedienen of voor te gaan in trouw - en rouwdiensten? Zij zijn gezonden om mensen te brengen uit de duisternis naar het licht en van de macht van satan naar God. Zij zijn gezonden om mensen ervan te overtuigen dat ze moeten vluchten voor de toorn die over de hele wereld zal komen. Zij zijn gezonden om de mensen af te brengen van het dienen van de wereld en te brengen naar de dienst aan God, de Heere. Paulus vat dit als volgt samen: Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden. (1 Korinthiërs 9:22)
Denk vooral niet dat alles in kannen en kruiken is, wanneer we allerlei diensten hebben georganiseerd en mensen overtuigd hebben dat ze deze bijwonen. Denk niet dat alles in orde is wanneer de kerk vol zit en velen aan het Avondmaal gaan en de zondagschool goed gevuld is. Wat telt is de werking van de Heilige Geest onder de mensen, een duidelijk besef van zonde, een levend geloof in Christus. Daarbij een verandering van ons hart, een duidelijk afstand nemen van de wereld en niet te vergeten een heilige wandel met God.


Het Gewicht der Ontaarding
De bijbel zegt niet dat God het menselijk geslacht gestraft heeft voor de zonde van een mens, maar dat de gezindheid tot zonde , d.w.z. mijn aanspraak op zelfbeschikkingsrecht, het menselijk geslacht door een mens is binnengekomen, en dat een ander Mens de zonde van het menselijk geslacht op Zich nam om haar weg te doen (Hebr. 9 : 26 ), - een Openbaring die veel dieper is. De gezindheid tot de zonde ligt niet in onzedelijkheid en in het doen van kwaad, maar in de gezindheid van zelfhandhaving : Ik ben mijn eigen God. Deze gezindheid kan zich uiten in een fatsoenlijk moraal of in een onfatsoenlijk moraal, maar ze hebben dezelfde basis, n.l. mijn aanspraak op zelfbeschikkingsrecht. Wanneer onze Heer tegenover de mensen kwam te staan met al de krachten van het kwaad in hen, en tegenover mensen die rein leefden en zedelijk en rechtschapen waren, dan schonk Hij geen aandacht aan de laagstaande moraal van de een noch aan de hoogstaande moraal van de ander ; Hij keek uit naar iets dat wij niet zien, d.w.z. naar de gezindheid.
Zonde is iets waar ik mee geboren ben en wat ik niet aan kan tasten. God tast de zonde aan in de verlossing. In het Kruis van Jezus Christus heeft God het gehele menselijke geslacht verlost van de mogelijkheid om verdoemd te worden ten gevolge van de erfzonde. God rekent het niemand ter wereld aan dat hij behept is met de erfzonde. De veroordeling ligt niet in het feit dat ik geboren ben met de erfzonde, maar als ik mij bewust ben dat Jezus Christus is gekomen om mij daarvan te verlossen, en ik weiger dan nog Hem dat te laten doen, dan begin ik van dat ogenblik af het zegel der verdoemenis te dragen. “ Dit is het oordeel (Het kritische ogenblik) “ dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht” (Johan.3 : 19 ).